Bram begon zijn loopbaan als leerkracht op de Guido de Brès in Ommen. Dat was een bewuste keuze; het is de school waar hij in zijn tweede jaar met veel plezier stage liep en waar hij twee jaar later ook zijn lio-stage deed. Bram: “Als startende leerkracht voel je dat er in je geloofd wordt.” Inmiddels heeft hij de stap gezet van startbekwaam naar basisbekwaam. Volgens hem kost het nu eenmaal tijd om het vak van leerkracht echt eigen te maken.
Om dat goed te kunnen doen, krijgen startende leerkrachten in het onderwijs extra begeleiding vanuit het team en vaak minder aanvullende taken. “Zo draag je de verantwoordelijkheid voor een groep niet alleen, maar samen als team,” vertelt Bram. “En dat geldt hier niet alleen voor mij als startende leerkracht. Het samen hart hebben voor de school is hier echt voelbaar.”
Volgens Bram zagen mensen in zijn omgeving al vroeg dat hij later met mensen zou gaan werken. Hij keek om naar de kinderen om hem heen en had oog voor wat anderen nodig hadden. Voor hemzelf was uiteindelijk het maatschappelijke aspect doorslaggevend om voor het onderwijs te kiezen. “Ik geniet ervan dat ik dagelijks betekenisvol bezig mag zijn.

Bram stond een periode ook een dag in de week in de invalpool van scholengroep Hannah. Daardoor viel hij regelmatig in op andere Hannah-scholen. “Zo heb ik met veel scholen kennisgemaakt, en het mooie is: overal ervaar ik die warme sfeer.”
“Natuurlijk zijn er verschillen tussen de scholen. Een school in een dorp of in een stad brengt een andere populatie kinderen met zich mee. Maar je merkt dat op elke school de christelijke identiteit de basis vormt. Vanuit diezelfde identiteit en gedeelde normen en waarden werken we allemaal, en dat voelt vertrouwd. Op geen enkele school word ik vreemd aangekeken als ik ’s morgens begin met een dagopening.
Als startende leerkracht voel je dat er in je geloofd wordt
Bram antwoordt zonder aarzelen bevestigend wanneer hem wordt gevraagd of hij ook bewust voor deze identiteit heeft gekozen. “Ik vind het mooi dat ik als leerkracht een basis in het geloof mag meegeven die kinderen kan helpen in hun eigen zoektocht naar God.”

“Zo besloot hij onlangs om in groep 8 elke woensdagochtend, naast de dagelijkse christelijke methodelessen, een bijbelles te geven. “Deze groep staat straks aan het begin van een nieuwe fase. Daarom heb ik bewust nagedacht over wat ik ze in hun laatste maanden op school nog wil meegeven. Elke week behandelen we een ander thema, van bidden tot de vraag wie God eigenlijk is.”
Voor Bram gaat geloven in onderwijs verder dan alleen een dagopening. “Een dagopening kan iedereen geven als dat de visie van de school is. Maar bij ons op school werken mensen die zeggen dat ze een kind van God zijn. Dat merk je in het handelen, in de gesprekken en in de keuzes die we maken.”
Hoe omschrijven de leerlingen eigenlijk meester Bram? “Als enthousiast, af en toe een grap waardoor de klas ontploft, maar ook als een meester bij wie gewoon hard gewerkt moet worden. Een kracht die Bram bewust inzet, is kwetsbaarheid. “Ik stotter, en dat betekent dat een zin soms niet meteen lukt. Door daar open over te zijn en er soms zelf een grap over te maken, wordt het minder zwaar. De kinderen zien daardoor dat je goed bent zoals je bent. God heeft iedereen op een unieke en mooie manier gemaakt.”
Kinderen zien groeien doordat jij ze mag begeleiden; dat geeft hem veel werkplezier. “Ik vind het bijzonder dat ik op deze leeftijd 27 kinderen onder mijn hoede heb en dat dit goed gaat. Ik merk dat ze goed in hun vel zitten en zich veilig voelen op school. Daar ben ik trots op.”